recensie

basisprijs

2010

Waarom monsters niet puur zijn

Joost Vormeer

In José Agualusa’s Créole, een roman over de koloniale relaties tussen Portugal, Angola en Brazilië, schrijft de hoofdpersoon Fradique Mendes aan zijn Angolese vriendin Ana Olimpia over een bizar experiment dat tijdens zijn verblijf in het negentiende-eeuwse Parijs plaatsvond. Een professor in de medische wetenschappen was er in geslaagd een afgehakt hoofd door elektrische schokken en een bloedtransfusie drie kwartier te laten bewegen. De dood werd schijnbaar uitgesteld en een bizarre tussenvorm leek te ontstaan: een afgehakt hoofd dat voor de laatste keer tot leven werd gewekt.

Het is een interessante passage in deze roman over de laatste stuiptrekkingen van slavernij in het negentiende-eeuwse Angola en Brazilië. Tegelijkertijd beschrijft de roman hoe het monster van de slavernij en slavenhandel een merkwaardige hybride cultuur in deze kolonie heeft kunnen voortbrengen.

De term hybriditeit is in vrijwel alle hedendaagse kunstdisciplines niet meer weg te denken. Niet alleen in de postkoloniale literatuur van Agualusa, maar ook bijvoorbeeld in de popmuziek nu hippe acts als Vampire Weekend en M.I.A. hybriditeit eerder als een absoluut vertrekpunt dan als stijlmiddel beschouwen. Deze zomer duikt de term ook op naar aanleiding van een kleine tentoonstelling in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam.

winnaars
Waarom monsters niet puur zijn